Je hebt keihard getraind. En dan gaat het mis. Een blessure, een slechte wedstrijd, een resultaat dat tegenvalt. Wat doe je dan?
Als we een tegenslag hebben, willen we vaak maar één ding: er zo snel mogelijk weer bovenop komen. Dat is begrijpelijk. Maar om erachter te komen hoe je met een tegenslag om kunt gaan, helpt het eerst om twee vragen te beantwoorden: wat is voor jou precies een tegenslag, en waarom ervaar je dat liever niet?
Tegenslag is persoonlijk
Als je dit leest, heb je waarschijnlijk al een idee van wat een tegenslag voor jou betekent. In de basis is het een situatie die niet loopt zoals jij had gehoopt.
Neem twee sporters die allebei derde worden. De één baalt enorm, de ander is door het dolle heen. Zelfde resultaat, totaal ander gevoel. Dat komt omdat tegenslag niet gaat over wat er gebeurt, maar over wat jij ervan had verwacht.
En dat geldt niet alleen bij wedstrijden. Misschien raak je geblesseerd op het moment dat je net lekker in je vel zat. Of je wordt niet geselecteerd terwijl je daar al tijden naartoe werkte. Of je presteert onder druk slechter dan in de training, en je snapt niet waarom. Allemaal anders, maar het gevoel is hetzelfde: dit had anders moeten gaan.
Hoe meer je ervan had verwacht, of hoe lang je er al naartoe leefde, hoe harder het kan vallen. Dat maakt tegenslag zo persoonlijk. Niet iedereen voelt hetzelfde bij dezelfde situatie, en dat is precies waarom je er ook niet op één manier mee omgaat.

Waarom de ene tegenslag harder aankomt dan de andere
We hebben allemaal een beeld van hoe iets zou moeten lopen. Soms is dat een concreet doel waar je al maanden naartoe werkt. Soms is het gewoon de verwachting dat je fit blijft, lekker traint en je seizoen afmaakt zoals gepland.
En aan dat beeld hangen vaak veel meer dingen vast dan je doorhebt. Misschien denk je: als ik deze wedstrijd win, dan kan ik eindelijk laten zien wat ik kan. Dan ben ik tevreden. Dan heeft al het harde werk iets opgeleverd. Voor je het weet gaat het niet meer alleen om de uitslag, maar ook om hoe je je denkt te gaan voelen als het lukt, en wat je denkt kwijt te raken als het niet lukt.
Hoe meer je vastzit aan één bepaalde uitkomst, met alle gevoelens, plannen en bewijzen voor jezelf of anderen die daaraan hangen, hoe groter de klap als het anders loopt. Niet omdat je geen verwachtingen mag hebben, maar omdat je nooit volledige controle hebt over wat er gebeurt. Je kunt alles goed doen en toch verliezen, geblesseerd raken of een seizoen missen. En dan valt niet alleen de uitkomst weg, maar ook alles wat je daaraan had vastgeknoopt.
Wat je wél kunt doen als het tegenzit
Als je nu midden in een tegenslag zit, hoef je niet meteen te weten hoe je verder moet. Neem eerst de tijd om te merken wat er gebeurt. Hoe voelt het in je lichaam? Welke gedachten komen op? Misschien merk je frustratie, verdriet, boosheid of twijfel. Je hoeft het niet weg te duwen of op te lossen. Het mag er even zijn.
Je kunt je gedachten en gevoelens opmerken zonder er meteen naar te handelen. Misschien denk je dat je gefaald hebt, dat het nooit meer goed komt of dat je geen zin meer hebt. Dat zijn gedachten die kunnen opkomen wanneer iets belangrijk voor je is. Kijk of je ze kunt zien voor wat ze zijn: gedachten die er nu zijn, niet per se de waarheid over jou of over je toekomst.
Daarna kun je je aandacht weer naar het moment van nu brengen. Wat kun je vandaag doen, hoe klein ook? Wat geeft je energie, ook als het even niet gaat zoals je wil?

Je hoeft niet te wachten op een goed resultaat
Een doel kan richting geven. Maar plezier en voldoening hoef je niet uit te stellen tot je het behaalt. Als je je aandacht steeds terugbrengt naar wat je nu wilt doen, leren en ervaren, haal je al iets uit je sport, ongeacht de uitslag.
Soms helpt het al om te beseffen dat je een situatie veel groter hebt gemaakt dan hij op zichzelf is. Dat er veel meer aan vastzat dan alleen de uitkomst. Dat besef alleen al geeft ademruimte. Want de uitkomst zelf heb je nooit volledig in de hand. Je kunt alles geven en het toch anders lopen. Een tegenslag is al gebeurd, en wat er daarna komt ligt buiten jouw volledige invloed. Wat je wél hebt, is het nu. Niet hoe je het had kunnen voorkomen, maar wat je ervan meeneemt. Hoe meer je weet wat je energie geeft in je sport, hoe minder één moment allesbepalend hoeft te zijn.
